Gemeente Borger-Odoorn

close

Kijkvragen

 

  • Wie zie je linksboven fietsen?
  • Wat komt de agent aan Albertus en Aaltje vertellen?
  • Aaltje kijkt bezorgd. Waarom is dat denk je?
  • Waarom loopt Albertus meteen naar buiten?
  • Helemaal links zie je een boom. Wat staat erin gekerft en waarom is dat?
  • Wat zit er linksonder verstopt tussen de takken?
  • Onderin zie je de onderduikers lopen. Waar gaan ze naartoe?
  • Wie is de vrouw rechtsonder?
  • Zie je Aaldert ook?

 

Borger Odoorn - Het verhaal over Albertus Zefat

Hijgend hangt Albertus Zefat tegen een boom. Hij weet dat de tijd dringt, maar moet even op adem komen. De hele weg vanaf Valthe tot aan het bos heeft hij gerend. En zo’n afstand is zijn bijna 40-jarige lijf niet meer gewend. Even daarvoor had hij nog met zijn vrouw Aaltje aan tafel gezeten. De pan met dampende piepers tussen hun in. Plotseling was er op de deur gebonsd. Ze schrokken. Zouden dat de Duitsers zijn? Albertus was opgestaan en had voorzichtig het gordijn opzijgeschoven. Voor de deur stond een man in uniform. “Agent Bralts,” had hij tegen zijn vrouw gefluisterd. Aaltje had haar wenkbrauwen opgetrokken. “Wat zou hij willen?” gebaarde ze. Albertus had het niet geweten en besloot de deur open te doen. Bralts was een goede vent en volgens hem betrouwbaar. Albertus schoof de grendel opzij en liet Bralts binnen. Hij bood hem een stoel aan, maar Bralts schudde zijn hoofd. “Geen tijd, Zefat,” zei hij. “Ik ben hier omdat het hol in het bos is ontdekt. Ol Pieter heeft het aan de Duitsers verteld. Ze zetten een zoekactie op touw. Waarschijnlijk vanavond al. Collega Weerman en ik moeten mee.” Aaltje en hij hadden elkaar even aangekeken. Maar net gedaan alsof ze van de prins geen kwaad wisten. “Ik weet, dat jij op de hoogte bent van dat hol, Zefat. Maar wees niet bang, ik verraad je niet. Ik ben hier om je op de hoogte te brengen. Misschien kun jij de mensen in het hol nog op tijd waarschuwen.” Daarna had hij zich, zonder nog wat te zeggen omgedraaid en was de keuken uitgelopen.

Albertus stopt zijn duim in z’n vuisten en begint weer te rennen. Hij hoeft niet ver meer. Nog een paar honderd meter en dan is hij bij het huisje van Ol Pieter en zijn vrouw. Als hij daar voorbij is, kan hij het bos in. Ol Pieter, denkt hij, hoe kun je nou zo stom zijn om naar de Duitsers te gaan? Wat voor zin heeft dat? Wat schiet jij daar nou mee op? Je hebt toch totaal geen last van die mensen in het hol. In het begin waren de onderduikers en Aaltje bang geweest dat het hol ontdekt zou worden. Het lag maar 80 meter vanaf het huis van Ol Pieter en zijn vrouw, vlakbij het wielpad van Emmen naar Valthe. Maar Albertus had hen steeds gerustgesteld. “Het hol ligt goed verborgen. En het bos is op dit moment de veiligste plek om je te verstoppen,” had hij steeds gezegd. Gelukkig waren ze wel al begonnen met een tweede hol. Dieper het bos in. Maar dat was nog niet klaar en kon nog niet echt worden gebruikt.

Albertus houdt zijn pas in en kijkt naar het huisje van Ol Pieter. Achter de ramen brandt licht, maar verder is er niets te zien. In elkaar gedoken sprint Albertus verder. Na een meter of vijftien duikt hij rechts van het wielpad het bos in. “Opschieten,” spoort hij zichzelf aan. “Als de Duitsers vanavond echt die zoekactie uitvoeren, zijn ze misschien al onderweg.” Bij de boom, waarin een A als herkenningsteken is gekerfd, slaat Albertus linksaf. Iets verderop, achter een berg takken, stammen en bladeren ligt het hol. Voorzichtig wurmt Albertus zich door de stekelige takken, staat stil en luistert. Uit het hol komen zachte stemmen. Albertus bukt en kruipt op handen en voeten naar de ingang.

“Niet schrikken mensen,” zegt hij zacht. “Ik ben het.” In het hol klinkt geritsel. “Albertus, jij?” wordt er gevraagd. “Ja.” Een olielamp gaat aan. Albertus kruipt verder en ziet zeven mensen opgepropt in het hol zitten. Mannen, vrouwen, en een moeder met haar kind. “Wat kom je doen?” vraagt iemand. “Jullie waarschuwen,” antwoordt Albertus. “Jullie zijn verraden en moeten hier weg. Zo snel mogelijk.” Niemand beweegt, als versteend blijft iedereen zitten. “Weg lui, weg!” gebiedt Albertus. “Alleen het hoogstnodige meenemen. De politie en Duitsers zijn al onderweg. Vooruit, allemaal het bos in.” Opeens komt iedereen in beweging. Kleren, dekens en een paar andere noodzakelijke spullen worden bij elkaar gegraaid. “Opschieten mensen!” maant Albertus hen aan. “Ze kunnen elk moment hier zijn.”

Een voor een kruipen ze het hol uit. Eerst het kind, dan de vrouwen en daarna de mannen. “Maar waar moeten we heen, Albertus?” vraagt de moeder van het kind. “Dieper het bos in! Kom maar met me mee.” In een lange rij verdwijnen ze tussen de bomen. Het bos wordt dichter en dichter. Na 500 meter blijft Albertus staan. Hij wijst naar de houten palen en het gat in de grond. Het begin van het tweede hol. “Hier zijn jullie voorlopig veilig,” zegt hij. “Hou je zo gedeisd mogelijk. Ik moet er nu vandoor. Morgen zal ik voor eten en drinken zorgen.” Albertus wil zich omdraaien, maar de moeder van het kind houdt hem tegen. Ze pakt zijn arm en trekt hem naar zich toe. “Bedankt Albertus,” zegt ze en drukt een zoen op zijn wang. “Heel erg bedankt voor alles wat je voor ons doet.” Even weet Albertus niet wat hij moet zeggen. Dan legt hij zijn hand op de schouder van de moeder en knikt. “Het is al goed,” zegt hij. “Maar ik denk dat we vooral Bralts kunnen bedanken.” In de verte klinkt het geblaf van honden. Albertus laat de schouder van de vrouw los. “Ik moet nu echt gaan,” zegt hij en sprint het donkere bos in.

De onderduikers verbleven in het tweede hol tot 11 april 1945. Dat was éen dag na de bevrijding Emmen, Klijndijk en Valthe.

Auteur: Chris Vegter

Luisterverhaal A

Luisterverhaal B

 

  • Wie zie je linksboven fietsen?
  • Wat komt de agent aan Albertus en Aaltje vertellen?
  • Aaltje kijkt bezorgd. Waarom is dat denk je?
  • Waarom loopt Albertus meteen naar buiten?
  • Helemaal links zie je een boom. Wat staat erin gekerft en waarom is dat?
  • Wat zit er linksonder verstopt tussen de takken?
  • Onderin zie je de onderduikers lopen. Waar gaan ze naartoe?
  • Wie is de vrouw rechtsonder?
  • Zie je Aaldert ook?

 

U kunt kiezen uit twee verwerkingsopdrachten. De verwerkingsopdracht over Albertus Zefat duurt circa 30 minuten. De verwerkingsopdracht over vrijheid en bevrijding duurt circa 15-30 minuten.

get_app Download hier de verwerkingsopdracht over Albertus Zefat
get_app Download hier de verwerkingsopdracht over vrijheid en bevrijding

 

Het verhaal over Albertus Zefat

Voor het verhaal zijn de volgende websites geraadpleegd

 

Voor de scholen in Borger-Odoorn is een bijpassende workshop ontwikkeld door kunstenaar Karina Pater.

Inhoud workshop

Maak een keuze uit de volgende workshops:

1 Vrijheid, het maken van een Karel Appel kunstwerk. Samen met Karina ga je beelden van karton maken in de stijl van Karel Appel.

2 Vrijheidsvogels, de vogel centraal als symbool van vrijheid. Maak een vogel van karton, ijzerdraad en papier-maché en beschilder deze met de mooiste kleuren.

3 Het achterhuis, maak een verborgen kamer. Anne Frank woonde in een verborgen kamer. Kun jij dat ook maken? Probeer maar eens met een schoenendoos en verschillende materialen na te bouwen.

  • Doel: De leerlingen maken beelden, vogels of een verborgen kamer met diverse materialen. De leerlingen denken na over het thema vrijheid en over de vrijheid in het maken van kunstwerken.
     
  • Doelgroep:    groep 7 / 8
     

Vanaf september kun je voor deze workshop intekenen via email: info@boetiek-creatiek.nl. Houd onze informatie in de gaten, want wie snel reageert, is verzekerd van een workshop. 

Kunstenaar: Karina Pater

Email:  info@boetiek-creatiek.nl

Website: http://www.creatiefautismecentrum.nl/